Selecteer een pagina
Dag 4: Door Weer(t) en wind

Dag 4: Door Weer(t) en wind

Het is zo mogelijk nog kouder dan een dag eerder. Wil ik dit echt? Ik wil niet opgeven en het scheelt dat papa en mama mij moeten brengen vanuit Arnhem (iets met die musical en geen agenda enzo). Ik móet dus wel vertrekken. Waar ik gister nog strompelde, zo erg dat mama me een tube spierpijnzalf gaf, loop ik nu toch redelijk soepel richting Weert.



Het is by far de saaiste route tot nu toe. Het eerste uur kom ik nog wel door wat dorpjes: Vlierden, Ommel, Asten (ik verzin dit niet he.. die heten gewoon echt zo), maar de laatste 20 kilometer loop ik langs een kanaal. En dat kanaal ligt aan een autoweg. Er is geen beschutting, niemand is op de weg, het waait te hard en er is niks om naar te kijken. Er lijkt geen einde aan te komen. Dik 2,5 uur loop ik langs dat rottige kanaal te sjouwen.

Ik glij een paar keer bijna uit door bevroren plassen op de weg. Hoe dan?! Het is zo koud dat ik mijn sjaal tot onder mijn ogen heb en mijn capuchon zover mogelijk naar voren heb getrokken. Mijn haar wappert voor mijn gezicht. Mijn gezichtsveld is heel erg beperkt en ik zie niet altijd waar ik mijn voeten zet…

Eindelijk is er aan de overkant een soort cafe en ik drink een kopje thee, laad mijn telefoon op en bestel een wafel met aardbeien. Die zijn er niet. (“haha nee joh, die zijn er nog niet, het vriest buiten” – waarom staat het dan heel groot buiten op het krijtbord!). Een kersentaartje voldoet ook. Ik betaal het schamele bedrag van 3,50 voor de thee en de taart en moet dan nog een godvergeten eind langs dat kanaal lopen.

Nederweert komt in zicht en ik loop een stuk langs een autoweg totdat ik via een lelijke ringweg en een bedrijventerrein in Weert aankom. Wat een saaie route vandaag en wat een kou. Ik heb me wel honderd keer afgevraagd waarom ik dit nou doe. Maar als ik op mijn Vrienden op de fiets gastgezin aankom, verdwijnt dat gevoel als sneeuw voor de zon. Dreeke en Bert zijn zo ontzettend vriendelijk en wonen in een prachtig huis. Ik kom binnen in het Singer & Zo Weerter Naaimachinemuseum. Het wát?! Het Naaimachine museum. Dreeke heeft zo’n 160 naaimachines verzameld sinds 1981 en die staan uitgestald in het museum in de voorkamer van het huis. Daarnaast breit ze honderden (geen grap! zeshonderd vorig jaar!) mutsjes voor de innocent flesjes om eenzame ouderen te steunen. Ze hebben jarenlang met een knalgele kamper gereisd, Bert is nu een oude auto volledig in elkaar aan het zetten en vertelt dat hij tegelijk met de Blue Diamonds (Ja, ook voor mijn tijd, maar kijk ze maken muziek) in dienst zat. Verhalen zat dus!

Alsof Bert en Dreeke nog niet genoeg bijzondere verhalen te vertellen hebben, komen ook nog Paul en Annie op bezoek. Zij leerden elkaar een aantal maanden kennen tijdens de Camino in Spanje. Helemaal verliefd. En je raadt het nooit: Paul is voorzitter van het Antwerpse Compostela genootschap. De voorzitter he? Niet zomaar iemand. De Voorzitter. Dat kan toch geen toeval zijn! Zijn enthousiaste verhalen doen mij direct mijn barre tocht van eerder die dag vergeten. En hij wijst mij er even op dat ik al vlakbij de Via Limburgica (wat een naam he?!) ben. Ik was van plan om naar Maastricht te lopen en dan weer op de kaart te kijken, maar het blijkt dat ik op geen 15 kilometer ben van het beginpunt van mijn eerste boekje! Dat heb ik weer. Als dat geen mazzel is. Het weerbericht voor morgen is gunstig en ik slaap heerlijk in mijn prachtige Oosterse kamer. Wat wil je nog meer?

Dag 3: Veels te koud

Dag 3: Veels te koud

Het is stervenskoud vandaag. Ik heb mijn thermo ondergoed aan, twee capuchons op en handschoenen aan. En het sneeuwt. No joke. Het is maart en het sneeuwt. Jaja, maart roert zijn staart, maar hiervoor ben ik niet gaan overwinteren! Het is bijna lente en ik wil mooi weer. Welkom in Nederland…

Van Marion krijg ik een heerlijk ontbijt met broodjes, koffie en een gekookt eitje. Wat een luxe! Ik krijg ook nog een sleutelhanger met een engeltje en een schoentje om me succes te wensen. Die hangt nu naast de jakobsschelp die ik van papa en mama heb gekregen aan mijn tas. Als ik nu nog niet aankom in Santiago… 

Er zit (weer) niks anders op dan gewoon maar te gaan lopen. Toegegeven: het landschap is prachtig. Ik loop door bos en hei en het zijn van die echte film sneeuwvlokken die vallen. Als ik doorloop heb ik het ook niet eens zo heel koud. Denk ik.

Totdat ik het bos uit kom en over een open weg loop. Gossiemikkie wat is het daar koud! De wind snijdt in mijn gezicht en mijn buff (dit klinkt raar – ik bedoel zo’n sjaal die je ook als muts kan gebruiken) biedt geen bescherming tegen mijn ogen. Als ik op mijn telefoon wil kijken voor de route en ik trek mijn handschoenen uit, vriezen mijn vingers er bijna meteen af. Het enige wat ik kan doen is blijven lopen. Op een gegeven moment denk ik dat mijn billen bevriezen. Normaal zou ik de symptomen meteen googelen (en er dan achter komen dat ik nog drie maanden te leven heb) maar het is domweg te koud om mijn telefoon tevoorschijn te halen. Verstand op nul. Lopen.

Op een enkele boerderij na, is er niets in de buurt. Even overweeg ik om bij een van die boerderijen aan te bellen en te vragen of ik mag schuilen. Maar het is nog vrij vroeg op de dag en ik moet het halen naar Deurne vandaag.

Mijn agendaloze bestaan heeft ervoor gezorgd dat toen ik mijn vertrekdatum koos ik het verjaardagscadeau voor mama was vergeten: naar een musical in Amsterdam. Ik ben nog in Nederland dus ik kan makkelijk met de trein en dat is dan ook mijn doel voor vandaag: het treinstation in Deurne.

Lunchen doe ik in wereldplek De Risp. Ik heb gezien dat ze daar naast zes huizen ook een tapas en burger restaurant hebben en ik heb zin in een taartje en warme chocomelk met slagroom. Eenmaal aangekomen, blijkt het meer een veredelde snackbar te zijn, maar ze hebben zowel appeltaart als slagroom. Ik zit in aan een tafeltje met kanten kleedjes, naast het raam met kanten gordijnen en ook het behang is van kant. Prachtig. Ik blijf niet al te lang zitten, want mijn ervaring van dag 1 leert mij dat je daar maar stijf van wordt. Bovendien is het niet echt warm binnen en is mijn kleding als ik niet beweeg eigenlijk net iets te koud. Opeten en opdrinken en doorlopen dus.

Ik wilde zo nodig een uitdaging en ik vervloek mezelf een paar keer de laatste kilometers. Was het echt nodig om dit te verzinnen? Waarom woon ik niet in Frankrijk, dan is het een stuk korter. En waarom is het zo freaking koud. Allemaal hele zinvolle gedachtes. Maar ik blijf stug doorlopen en kom dan toch terecht in Deurne. Blijdschap alom, hoewel het treinstation aan de ándere kant van Deurne blijkt te zijn. Maar dan loop ik in ieder geval iets meer beschut en de ergste wind is gaan liggen.

Voor mijn stempel moet ik dit keer erg mijn best doen: de kerk is dicht (niks niet de deur staat altijd open…) en de meeste bedrijven doen niet meer aan zoiets ouderwets. Gelukkig vind ik een boekwinkel die wel een stempel wil zetten.

De trein haal ik, maar een sprintje kan ik niet meer trekken.

Ik geloof niet dat ik de vorige dagen zoveel spierpijn had. Voor de tweede dag op rij heb ik dertig kilometer gelopen, vijf meer dan ik van plan was. Gelukkig haalt papa me op van het station in Amstel. Zelfs dat laatste kwartier leek me opeens een eindeloze opgave. We eten met Saar, Thom en pap en mam en gaan naar de musical van Annie MG Schmidt. We concluderen unaniem dat we ‘echt geen musical mensen zijn’ maar het was wel een gezellige avond.

Dag 2: Beleef het in Mill

Dag 2: Beleef het in Mill

Nog een beetje stijf sta ik op. Stiekem rek ik mijn vertrek met een tweede kopje koffie, maar besef al snel dat ik vooral mezelf daarmee heb. Om een uur of negen vertrek ik met mijn hele hebben en houwen. Voor mijn gevoel duurt het uren voor ik Nijmegen uit ben en dat blijkt ook te kloppen: ik heb al 8 kilometer gelopen als ik het bord met een streep door Nijmegen tref.

Mijn knie doet een beetje zeer. Dat had ik de weken voor vertrek al, maar ik besloot dat te negeren. Misschien niet de handigste keuze, maar wederom ben ik blij met mijn lelijke wandelstokken. Straks ga ik nog van ze houden…
Ik leer onderweg dat ik toch een beetje een stadsmeisje ben: ik zie op de kaart een dorp en verwacht dat er dan wel iets van een supermarkt of een cafeetje te vinden is. Maar door alle dorpen (dorpen?! Gehuchten!!) waar ik kom is helemaal geen supermarkt. Op maps.me vind ik een café maar dat blijkt gewoon een snackbar. Ik heb geen zin in friet en sinds ik als vegetariër geen kroketten meer eet, vind ik snackbarren maar saai. Ik besluit maar gewoon door te lopen. Of eigenlijk weer terug, want ik was een beetje omgelopen om naar het ‘restaurant’ te gaan. Hmpff. Het is te koud voor een picknick, dus al lopend eet ik mijn broodje.

Ondertussen kom ik in minder bekend gebied, althans voor mij. Ik wandel langs Malden, Heumen en door het lieflijke Linden. Vanuit daar loop ik tussen het water door naar Mill. Onderweg heb ik een sticker gezien op een lantarenpaal met “Beleef het in Mill” dus ik ben zeer benieuwd. Ik heb even gegoogeld, en: “SAM -Stichting Activiteiten Mill- is officieel in februari 2004 opgericht met als doel via de leus “Beleef het in Mill” meer reuring en beleving te realiseren in de gemeente Mill en Sint Hubert.” Dus dat belooft veel goeds.

 Ik heb geen slaapplaats geregeld en het enige wat ik op internet zie is een cityresort hotel a 85 euro per nacht. Zonder ontbijt. Dat past niet in mijn budget dus ik hoop dat de plaatselijke VVV mij aan een goedkoper adresje weet te helpen. Google zegt dat het kantoor om 15 uur sluit, dus als ik om tien voor drie de kerktoren van Mill in mijn vizier heb, loop ik net nog even wat harder. Maar wat blijkt: de VVV is ‘al jaren geleden’ wegbezuinigd. Maar misschien dat het cafe aan de overkant me verder kan helpen?

De mensen in Grandcafe Het Centrum in Mill blijken echte schatten. Ze vertellen me over het bestaan van Vrienden op de Fiets, een site waar je lid van kan worden voor 8 euro per jaar. Vervolgens krijg je toegang tot allerlei gastgezinnen waar je voor 19 euro een nachtje kunt slapen. Inclusief ontbijt. Bij de eerste die ik bel is het meteen raak: ik mag komen slapen!
Ik moet nog een paar uurtjes overbruggen en blijf in Het Centrum een beetje in mijn dagboek schrijven. Het wordt langzaam steeds voller en alle tafeltjes zijn gereserveerd. Het Centrum is blijkbaar the place to be in Mill. Het is denk ik de enige plaats ook, maar dat terzijde. Ik krijg een stempel in mijn boekje en ben heel tevreden.

Om zeven uur wandel ik een beetje houterig naar Marion en Erik van mijn gastadres. Ik word ontzettend hartelijk ontvangen met koffie en cake. Ik blijk hun eerste Vrienden op de Fiets gast ooit en zij zijn mijn eerste adres ooit, dus dat is een mooie match. We zitten een hele tijd gezellig te kletsen en ik voel me erg welkom. Na een flinke hete douche in de prachtige badkamer (serieus de badkamer was groter dan iedere kamer waar in ik ooit heb gewoond!) val ik om een uur of negen als een blok in slaap. Dus tot zover mijn belevenissen in Mill. Wel is het weer een dag zonder regen en tranen. Wel een blaar die – niet overdreven- drie keer zo groot was als mijn teen. Dat is natuurlijk wel een beetje overdreven, maar mijn kleine teen was zeker dubbel zo groot door het ding. Dat krijg je van 30 kilometer lopen.

Dag 1: 24 km en eerste twee stempels in the pocket

Dag 1: 24 km en eerste twee stempels in the pocket

Ik trek de deur achter me dicht en loop de straat uit. Dit heb ik zo vaak gedaan dat het eigenlijk niet echt spannend is. Wat vandaag anders maakt, is dat ik vanaf nu zo’n 2600 kilometer ga wandelen. Naar Santiago de Compostela, de ‘camino’ lopen, de wereldberoemde pelgrimsroute. Ik ben niet de eerste die deze wegen bewandelt en zal ook zeker niet de laatste zijn. Maar voor mij is het nieuw en ik ben ongetraind.

Mijn eerste stop is bij het gemeentehuis. Ik heb een maand terug mijn pelgrimspas ontvangen. Onderweg kun je die laten stempelen om zo in Santiago te kunnen bewijzen dat je daadwerkelijk gelopen hebt. De dames bij de balie kijken raar op van mijn verzoek, maar zetten met liefde de eerste stempel in mijn pas.

Ik wandel door over de brug en steek de Rijn over. Een beetje onwennig nog met mijn wandelstokken. Nog steeds durf ik het niet echt hardop te zeggen, laat staan op te schrijven, maar ik loop dus met wandelstokken. Maar hoe verder ik kom, hoe meer ik in een ritme kom met m’n stokken.

Onderweg luister ik naar een luisterboek, naar muziek of ik luister naar de natuur. Dat laatste is onzin want ik loop over het RijnWaalPad en dat ligt naast de A325 dus ik hoor vooral de auto’s. Maar de batterij van mijn telefoon gaat snel leeg door mijn navigatie apps en als ik hem oplaad kan ik niet tegelijkertijd muziek luisteren. Lang leve apple. (het kan natuurlijk wel maar ik heb geen bluetooth koptelefoon en gewoon een beetje mijmeren geeft ook niet).


Ik loop door en door, want dat is eigenlijk mijn enige optie. Gewoon je ene voet voor je andere voet zetten, totdat ik in Bemmel ben. Ik geloof dat de mensen daar Bammol zeggen. Maar je schrijft het in ieder geval als Bemmel.

Ik voel me prima en ga uitgebreid lunchen. Totdat ik op wil staan en ik eigenlijk best stijf blijk te zijn. Hmm. Gelukkig heb ik mijn stokken. De eerste paar meters strompel ik het kerkplein over, maar eigenlijk zit ik al vlug weer in het ritme en ik wandel ik vrij makkelijk naar Nijmegen. Ik zwerf wat door de slingerstraten van Nijmegen. Niet express want na 24 kilometer is iedere stap om er al één teveel. Maar uiteindelijk kom ik bij mijn bestemming: hostel Barbarossa. Wereldwijd heb ik al in veel hostels geslapen, maar nog nooit in Nederland. Ik deel een kamer met een Pool die in de bouw werkt en met Mo uit Amsterdam, die 1001 dingen doet en nu als kok werkt. Beiden wonen semi-permanent in het hostel. Na een warme douche trek ik m’n converse aan en loop ik wat door de stad, ik haal eten bij de appie en ik haal mijn tweede stempel bij de Petrus Canisiuskerk. Het voelt een beetje als een sticker van de juf, dus ik ben helemaal blij. Terug in het hostel eet ik mijn rode bieten falafel op en ga vrij vlug slapen. De eerste dag zit erop en ik heb het gehaald: mijn eerste 24 kilometer zitten erop. Geen regen en geen tranen dus sowieso een top dag.

Ik ga naar Santiago en ik neem mee…

Ik ga naar Santiago en ik neem mee…

Als je drie maanden gaat wandelen en zo’n 2600 kilometer aflegt, moet je je natuurlijk wel goed voorbereiden. Het is nu half elf ’s avonds en morgenochtend ben ik van plan om te vertrekken. Mijn moeder zit nu achter de naaimachine omdat ik erachter kom dat twee van de drie sluitingen van mijn rugzak er niet meer opzitten, ik heb nog niet al mijn spullen in mijn tas gestopt en ik probeer ook last minute deze website online te krijgen….

Twee dagen geleden besloot ik om toch maar mijn oude vertrouwde (en dus een beetje kapotte) rugzak mee te nemen. Vorige week was ik bij een bijeenkomst voor toekomstige pelgrims en pelgrinnen en daar kwam de leus “alles wat je thuis laat, is meegenomen” onderstreept en met dikke Comic Sans letters meerdere malen voorbij in de powerpointpresentatie. Met drie paar sokken, drie onderbroeken, drie shirts, twee truien en een paar broeken dacht ik erg minimalistisch bezig te zijn. Maar vier wandelrouteboekjes, opschrijfboekje én laptop maken mijn rugzak toch iets zwaarder dan ik had gepland. Afwachten hoelang ik dat volhoud.

Voordeel is dat ik wegens mijn eigen goede planning in ieder geval over drie dagen weer een nacht in Arnhem slaap. Ik had het verjaardagscadeau voor mijn moeder niet in mijn agenda gezet en daar dus geen rekening mee gehouden toen ik mijn startdatum koos. Dom! Maar nu komt het dus stiekem wel goed uit en kan ik deze eerste drie dagen als proef gebruiken.

Want het voorbereidingsonderdeel oefenen met lopen met bepakking heb ik overgeslagen, net als überhaupt het onderdeel oefenen met lopen. Het plan is om iedere dag 25 kilometer te lopen en ter plekke een slaapplaats te regelen. Eerst loop ik tot voorbij Parijs, neem ik de trein naar het vliegveld en vlieg ik op 10 april naar Malaga. Vanuit daar vaar ik met de Nomad Cruise naar Athene en eenmaal aangekomen vlieg ik terug naar Parijs. Dan neem ik de trein naar waar ik gebleven was en loop ik door tot aan Santiago de Compostela in Spanje.

Wat ik wel heb gedaan? De roman Camino van Graeme Simsion en Anne Buist gelezen met fictieve verhalen, ontdekt dat outdoorkleding voor vrouwen lelijk is en vooral uit turquoise en paars bestaat en besloten dat een poncho geen goed idee is als je een rugzak hebt omdat je er dan uitziet als een enorme quasimodo…