Selecteer een pagina

Het is stervenskoud vandaag. Ik heb mijn thermo ondergoed aan, twee capuchons op en handschoenen aan. En het sneeuwt. No joke. Het is maart en het sneeuwt. Jaja, maart roert zijn staart, maar hiervoor ben ik niet gaan overwinteren! Het is bijna lente en ik wil mooi weer. Welkom in Nederland…

Van Marion krijg ik een heerlijk ontbijt met broodjes, koffie en een gekookt eitje. Wat een luxe! Ik krijg ook nog een sleutelhanger met een engeltje en een schoentje om me succes te wensen. Die hangt nu naast de jakobsschelp die ik van papa en mama heb gekregen aan mijn tas. Als ik nu nog niet aankom in Santiago… 

Er zit (weer) niks anders op dan gewoon maar te gaan lopen. Toegegeven: het landschap is prachtig. Ik loop door bos en hei en het zijn van die echte film sneeuwvlokken die vallen. Als ik doorloop heb ik het ook niet eens zo heel koud. Denk ik.

Totdat ik het bos uit kom en over een open weg loop. Gossiemikkie wat is het daar koud! De wind snijdt in mijn gezicht en mijn buff (dit klinkt raar – ik bedoel zo’n sjaal die je ook als muts kan gebruiken) biedt geen bescherming tegen mijn ogen. Als ik op mijn telefoon wil kijken voor de route en ik trek mijn handschoenen uit, vriezen mijn vingers er bijna meteen af. Het enige wat ik kan doen is blijven lopen. Op een gegeven moment denk ik dat mijn billen bevriezen. Normaal zou ik de symptomen meteen googelen (en er dan achter komen dat ik nog drie maanden te leven heb) maar het is domweg te koud om mijn telefoon tevoorschijn te halen. Verstand op nul. Lopen.

Op een enkele boerderij na, is er niets in de buurt. Even overweeg ik om bij een van die boerderijen aan te bellen en te vragen of ik mag schuilen. Maar het is nog vrij vroeg op de dag en ik moet het halen naar Deurne vandaag.

Mijn agendaloze bestaan heeft ervoor gezorgd dat toen ik mijn vertrekdatum koos ik het verjaardagscadeau voor mama was vergeten: naar een musical in Amsterdam. Ik ben nog in Nederland dus ik kan makkelijk met de trein en dat is dan ook mijn doel voor vandaag: het treinstation in Deurne.

Lunchen doe ik in wereldplek De Risp. Ik heb gezien dat ze daar naast zes huizen ook een tapas en burger restaurant hebben en ik heb zin in een taartje en warme chocomelk met slagroom. Eenmaal aangekomen, blijkt het meer een veredelde snackbar te zijn, maar ze hebben zowel appeltaart als slagroom. Ik zit in aan een tafeltje met kanten kleedjes, naast het raam met kanten gordijnen en ook het behang is van kant. Prachtig. Ik blijf niet al te lang zitten, want mijn ervaring van dag 1 leert mij dat je daar maar stijf van wordt. Bovendien is het niet echt warm binnen en is mijn kleding als ik niet beweeg eigenlijk net iets te koud. Opeten en opdrinken en doorlopen dus.

Ik wilde zo nodig een uitdaging en ik vervloek mezelf een paar keer de laatste kilometers. Was het echt nodig om dit te verzinnen? Waarom woon ik niet in Frankrijk, dan is het een stuk korter. En waarom is het zo freaking koud. Allemaal hele zinvolle gedachtes. Maar ik blijf stug doorlopen en kom dan toch terecht in Deurne. Blijdschap alom, hoewel het treinstation aan de ándere kant van Deurne blijkt te zijn. Maar dan loop ik in ieder geval iets meer beschut en de ergste wind is gaan liggen.

Voor mijn stempel moet ik dit keer erg mijn best doen: de kerk is dicht (niks niet de deur staat altijd open…) en de meeste bedrijven doen niet meer aan zoiets ouderwets. Gelukkig vind ik een boekwinkel die wel een stempel wil zetten.

De trein haal ik, maar een sprintje kan ik niet meer trekken.

Ik geloof niet dat ik de vorige dagen zoveel spierpijn had. Voor de tweede dag op rij heb ik dertig kilometer gelopen, vijf meer dan ik van plan was. Gelukkig haalt papa me op van het station in Amstel. Zelfs dat laatste kwartier leek me opeens een eindeloze opgave. We eten met Saar, Thom en pap en mam en gaan naar de musical van Annie MG Schmidt. We concluderen unaniem dat we ‘echt geen musical mensen zijn’ maar het was wel een gezellige avond.