Selecteer een pagina

Het is zo mogelijk nog kouder dan een dag eerder. Wil ik dit echt? Ik wil niet opgeven en het scheelt dat papa en mama mij moeten brengen vanuit Arnhem (iets met die musical en geen agenda enzo). Ik móet dus wel vertrekken. Waar ik gister nog strompelde, zo erg dat mama me een tube spierpijnzalf gaf, loop ik nu toch redelijk soepel richting Weert.



Het is by far de saaiste route tot nu toe. Het eerste uur kom ik nog wel door wat dorpjes: Vlierden, Ommel, Asten (ik verzin dit niet he.. die heten gewoon echt zo), maar de laatste 20 kilometer loop ik langs een kanaal. En dat kanaal ligt aan een autoweg. Er is geen beschutting, niemand is op de weg, het waait te hard en er is niks om naar te kijken. Er lijkt geen einde aan te komen. Dik 2,5 uur loop ik langs dat rottige kanaal te sjouwen.

Ik glij een paar keer bijna uit door bevroren plassen op de weg. Hoe dan?! Het is zo koud dat ik mijn sjaal tot onder mijn ogen heb en mijn capuchon zover mogelijk naar voren heb getrokken. Mijn haar wappert voor mijn gezicht. Mijn gezichtsveld is heel erg beperkt en ik zie niet altijd waar ik mijn voeten zet…

Eindelijk is er aan de overkant een soort cafe en ik drink een kopje thee, laad mijn telefoon op en bestel een wafel met aardbeien. Die zijn er niet. (“haha nee joh, die zijn er nog niet, het vriest buiten” – waarom staat het dan heel groot buiten op het krijtbord!). Een kersentaartje voldoet ook. Ik betaal het schamele bedrag van 3,50 voor de thee en de taart en moet dan nog een godvergeten eind langs dat kanaal lopen.

Nederweert komt in zicht en ik loop een stuk langs een autoweg totdat ik via een lelijke ringweg en een bedrijventerrein in Weert aankom. Wat een saaie route vandaag en wat een kou. Ik heb me wel honderd keer afgevraagd waarom ik dit nou doe. Maar als ik op mijn Vrienden op de fiets gastgezin aankom, verdwijnt dat gevoel als sneeuw voor de zon. Dreeke en Bert zijn zo ontzettend vriendelijk en wonen in een prachtig huis. Ik kom binnen in het Singer & Zo Weerter Naaimachinemuseum. Het wát?! Het Naaimachine museum. Dreeke heeft zo’n 160 naaimachines verzameld sinds 1981 en die staan uitgestald in het museum in de voorkamer van het huis. Daarnaast breit ze honderden (geen grap! zeshonderd vorig jaar!) mutsjes voor de innocent flesjes om eenzame ouderen te steunen. Ze hebben jarenlang met een knalgele kamper gereisd, Bert is nu een oude auto volledig in elkaar aan het zetten en vertelt dat hij tegelijk met de Blue Diamonds (Ja, ook voor mijn tijd, maar kijk ze maken muziek) in dienst zat. Verhalen zat dus!

Alsof Bert en Dreeke nog niet genoeg bijzondere verhalen te vertellen hebben, komen ook nog Paul en Annie op bezoek. Zij leerden elkaar een aantal maanden kennen tijdens de Camino in Spanje. Helemaal verliefd. En je raadt het nooit: Paul is voorzitter van het Antwerpse Compostela genootschap. De voorzitter he? Niet zomaar iemand. De Voorzitter. Dat kan toch geen toeval zijn! Zijn enthousiaste verhalen doen mij direct mijn barre tocht van eerder die dag vergeten. En hij wijst mij er even op dat ik al vlakbij de Via Limburgica (wat een naam he?!) ben. Ik was van plan om naar Maastricht te lopen en dan weer op de kaart te kijken, maar het blijkt dat ik op geen 15 kilometer ben van het beginpunt van mijn eerste boekje! Dat heb ik weer. Als dat geen mazzel is. Het weerbericht voor morgen is gunstig en ik slaap heerlijk in mijn prachtige Oosterse kamer. Wat wil je nog meer?