Selecteer een pagina

Ik trek de deur achter me dicht en loop de straat uit. Dit heb ik zo vaak gedaan dat het eigenlijk niet echt spannend is. Wat vandaag anders maakt, is dat ik vanaf nu zo’n 2600 kilometer ga wandelen. Naar Santiago de Compostela, de ‘camino’ lopen, de wereldberoemde pelgrimsroute. Ik ben niet de eerste die deze wegen bewandelt en zal ook zeker niet de laatste zijn. Maar voor mij is het nieuw en ik ben ongetraind.

Mijn eerste stop is bij het gemeentehuis. Ik heb een maand terug mijn pelgrimspas ontvangen. Onderweg kun je die laten stempelen om zo in Santiago te kunnen bewijzen dat je daadwerkelijk gelopen hebt. De dames bij de balie kijken raar op van mijn verzoek, maar zetten met liefde de eerste stempel in mijn pas.

Ik wandel door over de brug en steek de Rijn over. Een beetje onwennig nog met mijn wandelstokken. Nog steeds durf ik het niet echt hardop te zeggen, laat staan op te schrijven, maar ik loop dus met wandelstokken. Maar hoe verder ik kom, hoe meer ik in een ritme kom met m’n stokken.

Onderweg luister ik naar een luisterboek, naar muziek of ik luister naar de natuur. Dat laatste is onzin want ik loop over het RijnWaalPad en dat ligt naast de A325 dus ik hoor vooral de auto’s. Maar de batterij van mijn telefoon gaat snel leeg door mijn navigatie apps en als ik hem oplaad kan ik niet tegelijkertijd muziek luisteren. Lang leve apple. (het kan natuurlijk wel maar ik heb geen bluetooth koptelefoon en gewoon een beetje mijmeren geeft ook niet).


Ik loop door en door, want dat is eigenlijk mijn enige optie. Gewoon je ene voet voor je andere voet zetten, totdat ik in Bemmel ben. Ik geloof dat de mensen daar Bammol zeggen. Maar je schrijft het in ieder geval als Bemmel.

Ik voel me prima en ga uitgebreid lunchen. Totdat ik op wil staan en ik eigenlijk best stijf blijk te zijn. Hmm. Gelukkig heb ik mijn stokken. De eerste paar meters strompel ik het kerkplein over, maar eigenlijk zit ik al vlug weer in het ritme en ik wandel ik vrij makkelijk naar Nijmegen. Ik zwerf wat door de slingerstraten van Nijmegen. Niet express want na 24 kilometer is iedere stap om er al één teveel. Maar uiteindelijk kom ik bij mijn bestemming: hostel Barbarossa. Wereldwijd heb ik al in veel hostels geslapen, maar nog nooit in Nederland. Ik deel een kamer met een Pool die in de bouw werkt en met Mo uit Amsterdam, die 1001 dingen doet en nu als kok werkt. Beiden wonen semi-permanent in het hostel. Na een warme douche trek ik m’n converse aan en loop ik wat door de stad, ik haal eten bij de appie en ik haal mijn tweede stempel bij de Petrus Canisiuskerk. Het voelt een beetje als een sticker van de juf, dus ik ben helemaal blij. Terug in het hostel eet ik mijn rode bieten falafel op en ga vrij vlug slapen. De eerste dag zit erop en ik heb het gehaald: mijn eerste 24 kilometer zitten erop. Geen regen en geen tranen dus sowieso een top dag.