Selecteer een pagina

We gaan met de bus naar Tafi de Valle, twee uur van Tucuman. Een weg met veel bochten en afgronden. Aangekomen op het busstation spreekt een jongen in een roze broek met tijgerprint ons aan. 

Hij weet wel een goedkoop hostel en dat is precies wat wij nodig hebben en dus gaan wij met hem mee. Argentijnen praten sowieso veel, maar deze jongen spreekt absoluut een record aantal woorden per minuut in de tien minuten dat we met hem meelopen. Aangekomen bij t hostel ziet ‘t er allemaal een beetje shabby uit, maar tegelijk ook wel leuk met een grote tuin en dromenvangers en kleurtjes. Geef iets een kleurtje en ik vind het gezellig. De elektriciteit werkt niet en het warme water evenmin. Maar goed, we zijn moe en moeten wat. De “eigenaar” Sergio (a.k.a. Tucu) van het hostel komt naar ons toe en geeft ons wat korting omdat eigenlijk niks werkt en dus zijn wij allang blij. Zijn verhalen zijn niet helemaal waterdicht, want later blijkt hij toch weer niet de eigenaar te zijn, maar dat komt later.

‘S avonds maken we een groot vuur en eten we met een Uruguayaan, een Fransoos, Tucu en de snelpratende jongen met roze tijgerprint broek. Inmiddels heeft hij die ingeruild voor een veel te grote spijkerbroek die hij tot onder zijn oksels heeft opgetrokken, met de gulp wagenwijd open. Veel wijn, lekker eten en het is super gezellig. Halverwege hebben we geen brandhout meer, en als oplossing breekt Tucu het halve hekwerk af om het op het vuur te gooien zodat we tenminste de rijst nog gaar kunnen koken.

De volgende morgen maken we met dat hele stel een wandeling. Ik hoorde van de andere twee boys dat toen zij aankwamen bij het hostel Tucu de lakens aan het wassen was. Onder veel gezucht en gesteun ‘want hij had er zo’n hekel aan’. “Maar”, hadden zij gevraagd, “je moet toch altijd als er mensen komen lakens wassen?”. “Nee hoor, bijna nooit, alleen als het echt heel vies is” was het antwoord van Tucu. Zo’n type hostel is het dus.

Maar goed, wij komen terug van de wandeling na een uur of vijf en opeens staat er op het terrein van ons hostel een auto met een Hele Boze Meneer. Tucu wordt meteen door de man apart genomen zonder een woord te zeggen. Wij staan allemaal een beetje verbaasd te kijken naar het tafereel en zien vervolgens Tucu door de achterdeur met een grote plastic tas weggaan. Wij achter hem aan, zit ie daar op z’n sokken achter het hostel. In de tas in zijn armen zitten wel vijftig paar nieuwe sportsokken. Blijkt dat hij helemaal niet in charge is, maar dat hij de schoonmaker is en dat hij illegaal de kamers verhuurde aan ons. De politie wordt gebeld en komt met half getrokken wapens het terrein op. Tucu, die 22 is, wordt opgepakt en hardhandig achterin de auto gezet. Op zijn sokken. Hij kreeg niet eens de tijd om zijn eigen schoenen te pakken. 

Mijn reisgenoot A. geeft hem nog een paar schoenen door het raam van de politieauto, en ook wat geld.  Het geld dat hij aan ons had verdiend had ie ook aan ons alweer uitgegeven omdat ie de hele tijd op wijn trakteerde. De eigenaar is niet alleen een Hele Boze Meneer maar ook een  Echte Nare Man. Oké hij zei: “denk je eens in dat je de sleutel van je huis uitleent en dan worden er opeens kamers verhuurd aan mensen die allemaal drugs gebruiken”. Dat laatste sloeg trouwens nergens op want er is maar een jointje gerookt.

Maar dan laat je zo’n jongen toch wel z’n schoenen mee nemen??!! Wij krijgen -na wat discussie over de prijs van afgelopen nacht- een half uur om te vertrekken of we moeten veel meer betalen. Dus toen zijn we uit solidariteit (of noem het gierigheid) vetrokken. De jongen met de grote spijkerbroek wist nog wel een plekje en daar zijn we maar heen gegaan. Een hostel dat wel duurder is, maar waar wel licht is én warm water én waar we waarschijnlijk wel legaal slapen vanavond.